En ook > Geen Brazilië, toch leuk.

Vakmansdeken uit Portugal bij Burra Burra

Beetje fris? Burra burra heeft bijzonder dekens en sjaals uit Portugal. Handgemaakt volgens oude traditie. En ze verkopen ook nog mooie tassen. Vakmanschap en liefde voor de materialen wol en leer spatten er vanaf!

Waarom ik Burra Burra hier op Riso Brasil meld? Vooral omdat ze mooie spullen hebben, maar ook omdat ik Portugal zie als het kleine zusje van Brazilië. (Ik hoop dat ik daar niemand mee beledig!)

Burra Burra deken

 

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Weer weer

Nu kun je ook zinnen maken met woorden over het weer.

No verão está calor. In de zomer is het warm.

No inverno está frio. In de winter is het koud.

No outono chove muito. In de herfst regent het veel

Hoje está nublado. Vandaag is het bewolkt.

Cloudy Cristo
Cristo Redentor verdwijnt bijna in de wolken. Foto van Gordon op Flickr.

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Tellen boven twintig

We waren met tellen al tot twintig gekomen. Nu gaan we verder. Gelukkig zit het telsysteem behoorlijk logisch in elkaar.

21: vinte e um (viengtie ie oeng)

22: vinte e dois

23: vinte e três

24: vinte e quatro

25: vinte e cinco

26: vinte e seis

27: vinte e sete

28: vinte e oito

29: vinte e nove

30: trinta

Foto van Clyde Robinson op Flickr.

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Drinken

‘Eten’ hebben we in de vorige les gezien. Deze keer kijken we hoe drinken, ‘beber’ wordt gebruikt.

Bebo: ik drink

Bebe: jij, hij , zij, u drinkt

Bebemos: wij drinken. De klemtoon ligt op de tweede e: Bebémoesj.

Bebem: jullie, zij drinken.

En wat drink je dan, als je in Brazilië bent? Eén van de vele heerlijk sapjes natuurlijk. Suco (‘soekoe’) dus. Of een caipirinha, gemaakt van de sterke drank cachaça, ijs, suiker en partjes limoen.

Foto van Wagner Tamanaha op Flickr.

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

We eten

Bij de vorige les zagen we al dat eten ‘comer’ is, en drinken ‘beber’. Zo gebruik je ‘comer’:

Como: ik eet

Come: jij, hij, zij, het, u eet

Comemos: we eten

Comem: jullie, zij eten.

Kabeljauwpasteitje (pastel de bacalhau). Foto van Airdiogo op Flickr.

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Een, twee, drie, vier

De laagste telwoorden heb je in de lessen hiervoor al gezien. Dat waren:

1: um, uma

2: dois, duas

3: três

4: quatro ‘kwatroe’

5: cinco ‘sienkoe’

Nu gaan we verder:

6: seis ‘seesj’

7: sete

8: oito ‘oitoe’

9: nove

10: dez ‘deesj’
Foto van Greg Perverill-Conti op Flickr.

 

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Elf, twaalf, dertien

Nou, de getallen van één tot en met tien ken je al (um, dois, três, quatro, cinco, seis, sete, oito, nove, dez). Laten we doorgaan naar twintig.

11: onze

12: doze

13: treze

14: catorze

15: quinze ‘kienze’

16: dezasseis

17: dezassete

18: dezoito ‘dezoitoe’

19: dezanove

20: vinte ‘viente’

Wie Frans of Italiaans kent, herkent hier een hoop.
Foto van Nina Matthews op Flickr.

 

Leer Portugees > Leer wat Portugees voordat je naar Brazilië vertrekt.

Een paar zinnen met ‘ter’, hebben

Nu je de vervoeging van ‘ter’, (hebben) kent, maken we er een paar zinnen mee.

Ik heb tijd: Tenho tempo.

Jij hebt geld: Você tem dinheiro.

Hij heeft een zus: Ele tem uma irmã.

Wij hebben dochters: Temos filhas.

Jullie hebben kleinkinderen: Vocês têm netos.

Zij hebben een tafel: Eles têm uma mesa.

Denk aan de uitspraak van ‘tem’ en ‘têm’. ‘Tem’ klinkt ongeveer als ‘teng’, en ‘têm’ klinkt ongeveer als ‘tejeng’. Luister hoe Pathgs ‘tem’ uitspreekt:En zo klinkt ‘têm’, uitgesproken door Flowerchild66: